Verkeersplan Nannes
nog geen reacties
Oudere Hilversummers herinneren zich zonder twijfel, dat er een paar parkeerhavens waren voor het hoofdpostkantoor. Daar achteruit wegrijden was lastig. Maar gelukkig zat Nannes – onze troetel dakloze – aan de overkant op betonpaaltjes en gaf met welluidende stem aanwijzingen aan de automobilisten.
Rutger Coucke
“Toe maar, hoor, kom maar hoor! Je hebt ruimte zat”, terwijl hij niet eens keek naar de verrichtingen van de bestuurders. Het gebeurde dan ook regelmatig, dat een auto de betonnen paaltjes aan de overkant raakte. Daarop reageerde Nannes steevast met: “Ja, ook zelf kijken!” Die terugverwijzing naar eigen verantwoordelijkheid is de rode draad van mijn verkeersplan voor Hilversum, en daarom heb ik het ‘Nannes’ genoemd. Zo Hilversums als het maar zijn kan.
De aard van mijn plan is simpel: Haal alle ge- en verbodsverkeersborden weg, zo ook stoplichten en haaientanden. Één bord blijft gehandhaafd: bij de toegangswegen van Hilversum staat een bord met de maximumsnelheid. Het enige wat blijft zijn de verkeersregels. Verder is het ieders persoonlijke verantwoordelijkheid en geldt het adagium: wat gij niet wil tdat u geschiedt, doe dat ook aan een ander niet.
Eenrichtingsverkeer
Er komt een einde aan het vermaledijde eenrichtingsverkeer, dat navigeren door Hilversum zò lastig maakt, zelfs voor mensen die hier de weg kennen, dat het op grote schaal wordt overtreden. Het is niemand duidelijk waartoe dat eenrichtingsverkeer dient. Voor de doorstroming?
En … werkt het?
Ik ben gezegend dat ik van Hilversum Oost naar mijn werk in de Gemeentehuisbuurt kan lopen. Als voetganger zie ik dan regelmatig rokende auto’s vast staan op de – eenrichtingsverkeer - binnenring, die nota bene bedoeld is voor een betere doorstroming. Mensen van buiten Hilversum verdwalen hier regelmatig in de eenrichtingsval, die hen vaak verplicht Hilversum een of meerdere keren rond te rijden, voor ze eindelijk hun bestemming hebben bereikt. Goed voor onze CO2 bijdrage, toch?
Ja, maar, als de straat nu te smal is voor twee auto’s, en er komen van twee kanten auto’s, wat dan? “Ja, ook zelf kijken!” Ik woon aan zo’n straatje. Als hier auto’s van twee kanten komen, wacht er altijd één op het volgende kruispunt tot de ander gepasseerd is. In negen van de ingevallen steekt de ene automobilist zijn hand op als teken van waardering, terwijl de ander het zelfde doet om te zeggen: “Geen probleem, graag gedaan”. Oei, intermenselijk contact in het verkeer! Eng.
Een ander doel wat onze overheid na lijkt te streven met het eenrichtingsverkeer is het voorkomen van sluipverkeer. Men wil het verkeer op hoofdaders concentreren en de omliggen wegen – in de ‘buurtjes’ – ongemoeid laten. Ik heb nooit begrepen waarom.
Verkeer gedraagt zich in hoge mate als water. Als er te veel water door onze rivieren stroomt, dan geven we dat water ruimte in de uiterwaarden, zodat het lekker door kan stromen. Dat doen we met verkeer dus niet. Dat moet door de hoofdverkeersader tot hij verstopt raakt en alles stil staat. Nou ja, stationair te roken dus. En de uiterwaarden, de buurtjes, sluiten we af met een eenrichtingverkeerval. Kom je op het onzalige idee van de hoofdader af te rijden, kom je in een fuik die je naar de andere kant van Hilversum dirigeert. “Dat zal ze leren”, moet zo ongeveer de gedachte hierachter zijn. Maar denk nou eens met het verkeer mee in plaats van het te dwarsbomen!
Stel de buurtjes open voor sluipverkeer. Dan wordt het tijdens de spits iets drukker in die buurtjes. En als alle buurtjes én de hoofdadres openstaan is er een prima doorstroming en de overlast ook zo weer verdwenen. Of hebben de bewoners het privilege op hun straat, mogen alleen zij er komen? We betalen toch allemaal aan de aanleg en onderhoud van die straatjes?
Kruisingen
De oplossing voor kruisingen is ook weer eenvoudig: alle, maar dan ook echt ALLE kruisingen zijn gelijkwaardig in Plan Nannes. Geen haaientanden, geen voorrangskruisingen meer. Het enige waar je aan hoeft te denken bij een kruising is: rechts gaat voor.
En als er vier auto’s tegelijk bij zo’n kruising aan komen is men gedwongen op de ander te letten, met hand gebaren te communiceren – alweer dat enge menselijk contact – en onderling te regelen dat ieder zijn weg kan vervolgen en het kruispunt weer vrijkomt. Ik heb in Canada eens in een gebied gereden waar bij ieder kruispunt stopborden stonden, voor alle wegen. Wie het eerst stopte, mocht ook het eerst weer doorrijden. In de praktijk kwam dat er op neer dat men om en om door kon rijden, daar was nooit een opstopping.
Kruispunten zonder voorrang of stoplichten moet je behoedzaam naderen, er kan immers altijd iemand van rechts komen. Zo wordt de snelheid vanzelf naar een veilig niveau gebracht. Twee vliegen in één klap.
Parkeren
Over parkeren zijn de verkeersregels helder. Je mag niet zodanig parkeren dat je het verkeer hindert. Kan niet eenvoudiger. Het is onder Plan Nannes natuurlijk wel zo, dat als je je auto parkeert je wel moet kijken of je niet iemand in de weg staat of dat de doorstroming niet gestremd wordt. Vanzelf blijven er altijd situaties met ladende en lossende bestelauto’s. Maar die situatie heb je onder de huidige eenrichtingterreur ook. Er zijn plaatsen waar je fatsoenshalve niet parkeert en in de gebieden met betaald parkeren is het al helemaal eenvoudig.
Voetgangers
In de luchtvaart en de scheepvaart is een voorrangsvolgorde van toepassing. Een luchtballon heeft voorrang over een zweefvliegtuig heeft voorrang over een gemotoriseerd vliegtuig. Of: een zeilboot heeft voorrang over een roeiboot heeft voorrang over een motorboot. De logica hierachter is, dat de zwakste deelnemer beschermd wordt, tegen de sterkere. Verkeersplan Nannes hanteert dat zelfde principe. En in het wegverkeer betekent dat, dat de voetganger boven al het andere verkeer voorrang heeft, gevolgd door de fiets enz. enz.
Ik kom regelmatig in een aardig plattelandsstadje in de Verenigde Staten. Daar rijdt men vooral in achtcilinder pick-up trucks die ongeveer een verdieping hoog zijn. Wat er achter de geblindeerde ramen zit, laat zich enkel raden aan de zwaar getatoeëerde armen die uit de raampjes hangen.
Als voetganger heb je daar niets tegen in te brengen. En dat hoeft ook niet. Als je als voetganger maar een beetje in de richting van de stoeprand komt, blijven die monsters staan om je eventuele oversteek mogelijk te maken. Niet met ongeduldig brullende motor en op het laatste nippertje, maar op veilige meters afstand waar je oversteekt en stationair pruttelend. Dát is een situatie die in Hilversum ook heel goed zou staan.
En daar, waar veel voetgangers de rijweg kruisen, zou het de voetgangers sieren om van tijd tot tijd voorrang te verlenen aan het wegverkeer.
Het is natuurlijk niet zo, dat de voetgangers, omdat ze altijd voorrang hebben, zomaar de weg op kunnen vliegen want ‘ … die auto’s moeten toch stoppen …’. Ook voor voetgangers geldt: “Ja, ook zelf kijken!”.
Handhaving
Hoe minder regels, hoe meer handhaving. Want die paar regels die overblijven moeten wél strikt opgevolgd worden om Plan Nannes te laten functioneren.
Nu bijvoorbeeld, loop ik twee maal daags van de tunnel tot het station langs de Zuiderweg, dat is nog geen 10 minuten per dag. Dit stuk is tegenwoordig ook éénrichtingsverkeer. Althans volgens de borden, maar er rijden – in de tijd dat ik daar loop - gemiddeld 4 auto’s tegen de rijrichting in. Een ruwe omrekening dus zo’n kleine 300 auto’s per dag! Daar wordt dus niet zo erg gehandhaafd, denk ik dan.
Ander voorbeeld: parkeren op het trottoir. Ik tel de keren niet meer, dat ik als voetganger de rijweg op moet omdat er een auto de doorgang op het trottoir blokkeert. Maar buiten een cirkel van 500 meter van het centrum komen weinig parkeerwachters voor.
Het is mijn overtuiging, dat als je de verantwoordelijkheid bij de burger legt, deze de verantwoordelijkheid ook neemt. En als ik je in het verkeer in Hilversum alleen kunt overleven door rekening te houden met andere, er vanzelf een prettiger klimaat ontstaat. Onder Plan Nannes stuurt de overheid niet langer door middel van een jungle van verkeerssemaforen.
Onder Plan Nannes moet je ‘… ook zelf kijken!’