Een prikkelende aanwezigheid
nog geen reacties
Vorige keer hebben we de stap gemaakt van dode natuur naar het leven; planten die van water en mineralen met behulp van wat energie (zonlicht) van dode spullen levende wezens maken. Tijd om het hogerop te zoeken. Figuurlijk, omdat we het gaan hebben over zoogdieren. De mens is ook een zoogdier, dus die moet wel hoger op de ladder van de evolutie staan. Letterlijk, omdat het over vliegende zoogdieren gaat.
door Peter van der Linden
Vliegen in het donker, kijken met je oren en slapen in een spouwmuur: een combinatie die alleen voor de vleermuis opgaat. Het maakt vleermuizen tot mysterieuze dieren. Ooit in de oudheid zijn vleermuizen gaan vliegen om makkelijker bij het voedsel te komen. De stap naar vliegen in het donker is ook vrij logisch; deels het volgen van het voedsel (insecten) en deels om de vijand te ontvluchten. De andere twee bijzondere aspecten zijn een afgeleide hiervan: eten in het donker is leuk, maar je moet wel je voedsel kunnen vinden en niet overal tegenop knallen. De zaklantaarn was nog niet uitgevonden, bijlichten was dus geen optie. Maar ’s nachts is er wel veel minder omgevingsgeluid, geluid is daarom een goede manier om de weg en het voedsel te vinden. Vleermuizen doen dat door een hoog geluid te roepen (keihard schreeuwen eigenlijk 100 dB(A) is heel gewoon) en de weerkaatsing op te vangen. Uit de vervorming van die weerkaatsing kunnen vleermuizen “zien” waar ze zijn. Sommige soorten doen dat zó goed, dat ze het verschil kunnen horen tussen een boomblaadje en het insect dat erop zit.
Veilige slaapplekken
Als je slaapt ben je kwetsbaar: voor je het weet ben je voedsel voor een ander. Dat slaapt niet lekker. Het is dan ook handig om je goed te verstoppen voor je gaat slapen. De spouw is een ideale plek: lekker donker en niemand kan erbij. Verschillende vleermuizen slapen dan ook in nauwe spleten in woningen (spouw, achter luiken, onder dakpannen etc.). De twee meest voorkomende vleermuizen in de bebouwde kom zijn de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger; dat zijn dieren die in nauwe ruimten slapen. Er zijn natuurlijk ook andere veilige plekken, zoals de nok van een grote zolder, of van een kerk of klooster. Daar heeft bijvoorbeeld de gewone grootoorvleermuis een veilige slaapplek gevonden – voor een atheïst heeft het wel wat dat juist de sater (altijd afgebeeld met vlerken) een kerk als veilige slaapplek gebruikt, maar dit terzijde. Ook een holle boom slaapt comfortabel; daar vinden we vooral de watervleermuis en de ruige dwergvleermuis.
Vliegen maakt hongerig
Je vliegend voortbewegen kost een hoop energie. Dat betekent veel eten en daarbij kiezen tussen vlees en planten. In vlees zit per gewicht meer energie dan in planten. Bovendien heb je voor planten een uitgebreider spijsverteringsysteem nodig (een koe heeft niet voor niets verschillende magen). Alleen vereist het eten van vlees weer sterkere en dus zwaardere kaakspieren, terwijl je om te kunnen vliegen zo licht mogelijk wil zijn. Insecten zijn dan een uitkomst; ze zijn klein genoeg om in hun geheel door te slikken en ze geven voldoende energie. Alle inheemse vleermuizen leven daarom van insecten. Een vrouwtje dwergvleermuis eet per dag ongeveer haar lichaamsgewicht (enkele grammen) aan muggen. Ik heb ze nooit geteld, maar het zijn er heel veel.
Aan insecten als maaltijd kleeft – natuurlijk – ook een nadeel: in de winter zijn er namelijk geen insecten. Als insecteneter kun je twee dingen doen: tijdelijk verhuizen of gaan slapen. De Nederlandse vleermuizen kiezen massaal voor een winterslaap. Samen met de egel zijn het de enige inheemse dieren die in winterslaap gaan. De eekhoorn en de das slapen wel meer in de winter, maar worden toch regelmatig wakker. Egels en vleermuizen niet, die slapen de hele winter door. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger overwinteren meestal op korte afstand van de plek waar ze in de zomer zitten, en ook nu in nauwe ruimten als de spouw.
Hilversum Oost
In de omgeving van Hilversum zijn veel soorten vleermuizen te vinden. De overgang van hoge droge zandgronden naar natte veenmoerassen is ideaal voor veel vleermuizen. In het oosten van Hilversum is het wat minder overvloedig. Ik ken één kolonie laatvliegers in de villawijk tegen het Hilversums Wasmeer, terwijl je verspreid over de wijk kleine groepjes gewone dwergvleermuizen aantreft. Op de begraafplaats aan de Laan 40-45 zijn wat rosse vleermuizen bekend. Verder ken ik één melding van een grootoorvleermuis. Net buiten de bebouwde kom – op Anna’s Hoeve – worden vooral in het najaar relatief grote groepen ruige dwergvleermuis aangetroffen en hier vliegen ook wat watervleermuizen.
Muggen
Een mug kent drie verschillende levensstadia: ei, larve (tubifex) en volwassen dier. De larven kunnen zeer goed tegen vorst, het volwassen dier kan dat absoluut niet. De mug overwintert dus als tubifex. De overgang van larve naar volwassen dier volgt als het voldoende warm is. Om te bepalen wanneer de volwassen muggen verschijnen worden alle gemiddelde dagtemperaturen bij elkaar opgeteld. Als er een bepaald totaal wordt bereikt komen de volwassen dieren te voorschijn. In een strenge winter zal pas in het voorjaar een voldoende temperatuursom ontstaan. In een kwakkelwinter kan dat al ruim voor de laatste nachtvorst bereikt worden; de volwassen dieren vriezen dan dus dood. Daarom zijn er na een kwakkelwinter veel minder muggen dan na een strenge winter.
In Lapland kennen ze geen kwakkelwinters, daarom zijn er daar jaarlijks grote wolken muggen aanwezig. En toch blijkt er in Lapland maar één soort vleermuis voor te komen – de noordse vleermuis. Het voedsel – muggen – is ruim op voorraad, dat is dan niet de reden voor de afwezigheid van de meeste vleermuizen. Het gebrek aan geschikte verblijfplaatsen of de omstandigheid dat het in de zomer niet donker wordt, kunnen er de oorzaak van zijn dat er op Lapland weinig vleermuizen zijn.
De reactie van de vleermuis
Gaat de stelling “meer mug is meer vleermuis” in Nederland wél op? Hier zijn immers ruim voldoende slaapplekken aanwezig. Als goed wetenschapper schrijf je bij zo’n vraag een mooi projectvoorstel met een ruimhartige begroting. In algemene termen is de vraag namelijk te beantwoorden, maar of het exact zo werkt voor de vleermuis versus mug is niet met zekerheid te beantwoorden.
Mug, muis en regenworm zijn dieren die zeer veel voorkomen en door veel dieren worden gegeten. Muis is bijvoorbeeld voor vossen en uilen het belangrijkste voedsel, mug levert behalve aan vleermuizen ook aan heel veel vogels het belangrijkste deel van het voedselpakket. Zij vormen het stapelvoedsel voor deze dieren. Dus als er minder mug in voorraad is, is het logisch dat de muggeneters óf honger hebben óf iets anders moeten eten. Natuurlijk is het niet zo dat als er in het voorjaar 2009 minder muggen zijn er dan onmiddellijk minder vleermuizen zijn. Het is eerder dat de voortplanting – het gezond opgroeien van de jongen – niet lukt. Er sterven meer jongen vleermuizen dan in overvloedige jaren. We merken pas volgend jaar dat er minder volwassen vleermuizen zijn. De vleermuizen lopen dus een jaartje achter.
Meer weten over vleermuizen?
Voor wie meer wil weten of zelf vleermuizen wil (leren) waarnemen: www.zoogdiervereniging.nl of www.vleermuis.net